Rogues in de Barbican
Maandag was ik in Londen voor mijn tweede Rogue’s Gallery concert. Nieuwe artiesten, nieuwe kansen.
De foto’s zijn van de soundcheck en de show. Bij de soundcheck had ik alle vrijheid, maar tijdens de 4 uur durende show zat ik gewoon op m’n stoel - gelukkig maar, want de geaccrediteerde fotografen moesten op hun knieen in het gangpad zitten.
Hoogtepunten van de avond voor mij waren het geimproviseerde What Shall We Do With the Drunken Sailor van David Thomas (Pere Ubu). Thomas is echt zo’n artiest die zich niet direct tot het publiek richt, maar je deel maakt van zijn eigen - waanzinnige - wereld. Daarnaast vond ik ook de tradionele Engelse folk interpretaties van de Carthy familie (Martin en Eliza Carthy en moeder Norma Waterson) mooi om te horen en te zien. Als zij zingen voel je dat je met folk royalty te maken hebt. Martin staat er bij als een bouwvakker, benen wijd, de vuisten gebald. Norma is een dikke moeke met een dijk van een stem en het vioolspel van Eliza is virtuoos. Ook de Schots Gaelic jigs en reels van Julie Fowlis maakten indruk.
De aangekondigde Pete Doherty kwam niet opdagen (ruzie met z’n chauffeur?) en Shane McGowan was dit keer echt te ver heen. Hij stond op het podium, maar daar was alles mee gezegd. Suzanne Vega zong Caroline and Her Young Sailor Bold, maar had zichtbaar moeite met het nummer. Ze was er tijdens de soundcheck al onzeker over. Een beetje een tegenvaller. Volgens mij was het gewoon de verkeerde toonsoort voor haar, te hoog ingezet.
Acteur Tim Robbins kan aardig zingen, maar heeft moeite zijn eigen stijl te vinden. Zijn interpretaties van My Son John en Haul On the Bowline waren imitaties - accent en al - van de versies op de CD waarop ze respectievelijk door John C. Reilly en Bob Neuwirth gezongen werden. Robbins method-acteerde zich verder door The Cruel Ship’s Captain. Visueel interessant, maar te bedacht. Bovendien kreeg hij vergeleken met sommige andere artiesten wel erg veel tijd op het podium. Ik had bijvoorbeeld wel wat meer van Jennie Muldaur of Sandy Dillon willen horen.
Het was een bliksembezoek aan een van mijn favoriete steden, maandagochtend heen en dinsdagmiddag terug. Als ik niet in de zaal was voor soundcheck en optreden, of vriend GF gezelschap hield tijdens de lunch, was ik bezig Oost Londen te verkennen. Mijn hotel was op Brick Lane (bekend van het boek van Monica Ali), vol Bangla Deshi restaurants en exotische supermarkten, maar ook tweedehands winkeltjes en een hele fijne Rough Trade platenzaak (met gratisinternet op supergrote Apple beeldschermen). Echt een leuke buurt, weg van de waanzin van Oxford en Regent Street.
Nu is het even uit met de pret. Geen concerten, geen reisjes… het is hard werken aan de nieuwe Zie.nl de rest van de zomer.


