De ogen van Sinéad O’Connor

Het concert van Beirut in Paradiso was geheel uitverkocht, terwijl Sinéad O’Connor de Melkweg net niet helemaal vol krijgt. De Ierse heeft geen fanbase in de hoofdstad, de mensen om me heen komen uit de provincie. Types die je normaal in het weekend een dagje Amsterdam ziet doen. Veel vrouwen.

Het voorprogramma van de Belgische troubadour Anton Walgrave wordt voor lief genomen. Hij waagt zich aan een cover van Springsteen’s If I Should Fall Behind, maar het geroezemoes verstomt niet. Men is hier voor Sinéad en dan het liefst de oudere nummers: Three Babies, Nothing Compares To You, The Last Day Of Our Acquaintance. Iemand roept om Troy. ‘Ik heb duizenden euros aan therapie uitgegeven zodat ik dat nummer niet meer hoef te zingen,’ bekent Sinéad. Applaus.

Ik zal het maar eerlijk zeggen, Sinéad kan bij mij geen kwaad doen. Ze kan een foto van de Paus verscheuren, kinderen van -tig verschillende mannen baren, stennis schoppen in de Ierse pers, verhoudingen hebben met drie Ierse journalisten op rij… om ze vervolgens te verslinden, haar naam veranderen in Sister Bernadette, priesteres worden en weer uittreden, paginagroot advertenties in The Independent plaatsen om de pers te smeken haar met rust te laten, zichzelf lesbisch verklaren en vervolgens de hort op gaan met de echtgenoot van die andere Ierse haaibaai Mary Coughlan en hun ‘liefdesbaby’ Jezus noemen… mijn bewondering voor haar en haar werk blijft groot.

Sinéad O’Connor kun je niet vatten als je niet bekend bent met het land waar ze vandaan komt. Een land waar tot voor kort de jaren 50 nog niet voorbij waren. Een land dat pas nu begint af te rekenen met de onfrisse kanten van het kerkelijk verleden. Waar kinderen nog steeds bij de nonnen op school zitten.

Trust the art, not the artist. Of zoals een vriend van me die veel met haar heeft gewerkt zegt: ‘She’ll look at you with those eyes and you go… ok Sinéad.’

Eenenveertig is ze nu en de scherpe randjes zijn er af, letterlijk en figuurlijk. Ze is wat ronder, minder hoekig en ze maakte een plaat (Theology) over God, peis en vree. Haar nieuwste nummer, Back Where You Belong, nam ze op met Daniel Lanois voor de Disney film The Water Horse. Haar nog steeds kort geknipte haar is grijzend aan de slapen en ze heeft zich voor haar optreden gehuld in een donkergrijs mannenpak en wit overhemd dat half uit haar broek hangt.

Ze zingt maar een aantal songs van Theology, misschien om het publiek het niet te moeilijk te maken, en verrast ons met Never get old, een nummer dat ze op haar vijftiende schreef en dat uitkwam op haar allereerste plaat.

Haar band maakt geen indruk. Het prachtige nummer You Made Me The Thief of Your Heart dat Bono en Gavin Friday in 1993 voor Sinéad schreven in het kader van de film In The Name Of The Father kabbelt in deze uitvoering rustig voort en mist alle venijn van het origineel.

Sinéad zelf kampt overduidelijk met een verkoudheid, ze is schor in haar top range en kan niet uithalen zoals we van haar gewend zijn. Tussen de nummers door is ze verlegen. Ze begint haar concert met een excuus: ‘… for staring at the floor, but if I didn’t do that, I’d probably run.’

Ze kan beter en was bij andere gelegenheden genanimeerder dan dit keer in de Melkweg. Maar het geeft niet. Haar Thank You For Hearing Me gaat nog steeds door merg en been, Last Day Of Our Acquaintance is als altijd hartverscheurend.

Zoals ik al zei: ze kan bij mij geen kwaad doen. ‘She’ll look at you with those eyes and you go… ok Sinéad.’

No Comments

Comments are closed.