The Church nog vol van heilig vuur

Steve Kilbey

Waar gaan rockbands naar toe als ze oud worden? De kleine zaal in Paradiso.

Het is niet eerlijk en het zal best pijn doen, maar de Australische band The Church (wikipedia) gaat stug door. Alle goeie bands doen dat. Of ze nou voor duizenden mensen staan of in iemands huiskamer, ze spelen alsof het de laatste keer is.

Dat valt nog wel eens tegen bij jonge bands. Snorremans van The Killers, bijvoorbeeld, die geloof ik niet. Het ontbreekt die jongens aan mystiek. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen. Maar ik wil dat bands en vooral zangers me doen geloven. Waarin maakt me niet uit. Het podium is heilige grond en als je er op staat moet je alles geven.

Al met al kom ik nog al eens teleurgesteld terug van een concert. Dus toen ik naar The Church (Nooit echt doorgebroken cult-helden uit de jaren 80) ging, verwachtte ik dat hun versheidsdatum al ver verstreken zou zijn. Beetje teren op oude successen, enzo. Maar het pakte anders uit.

Ik zag op 20 april 2007 vier oude rotten die meer vuur in de buik hadden dan alle nieuwe ‘The’-bandjes bij elkaar. Ze speelden verpletterende versies van liedjes uit hun hele repertoire en schuwden daarbij hun nieuwste werk niet. ‘Block’ en ‘Never Before’ van hun laatste CD Uninvited Like The Sun klonken even fris en sterk als ‘Destination’ en ‘Under the Milky Way’, de hits van Starfish uit 1988.

Zanger en bassist Steve Kilbey, geen ‘mooie jongen’ meer maar een uiterst gedistingeerd heerschap met baard, heeft zijn x-factor nog steeds niet verspeeld, ondanks zijn hondsmoeie ‘Ik-ben-hier-te-oud-voor’ houding. Zijn ego is nog altijd van indrukwekkend formaat. Dat ‘ie het niet erg vindt hoor, de kleine zaal, mompelt hij cynisch. Vertel me er nog eentje.

Die kleine zaal puilt uit maar Kilbey heeft de meute in z’n macht. Ergens halverwege het concert vraagt hij het publiek te stoppen met roken. Moet je mee aankomen hier in Nederland… maar toch, veel peuken gaan uit. En als de pauzes tussen de liedjes langer en langer worden terwijl de drummer annex roadie zich om de techniek bekommert, klinkt er geen enkel protest. Kilbey, met zijn Prozacstem de Bob Ross van de popmuziek, hypnotiseert de menigte met zijn verzinsels.

Aan het eind van de avond zweef ik Paradiso uit en voel met tien jaar jonger. Ik neem me voor me weer eens grondig te verdiepen in het werk van deze band. Lekker het hele weekend obsederen, hongerend naar het schellen van Marty Willson-Pipers riffs.

Volgende keer gewoon weer in de grote zaal, verdorie.

No Comments

Comments are closed.