Lou Reed: Amsterdam is heel even Berlijn
Zestig ballen, het is me wat. Bijna even veel Euros als Lou Reed oud is. Vooruit dan maar, ik koop op het laatste moment een kaartje voor het tweede concert van New York’s finest in de HMH.
Dat de tand des tijds keihard heeft toegeslagen viel ons eind vorig jaar in Dublin al op, toen Reed bij de ‘Came so far for beauty’ concerten enkele unieke interpretaties van songs van die andere levende legende, Leonard Cohen, speelde. Als hij het podium op schuifelt vrees je dat hij elk moment zal instorten. Dat valt als hij begint te spelen reuze mee. Reed, met zijn interesse in yoga en tai chi, zal ons waarschijnlijk allemaal overleven.
De show director van toen, Hal Willner, is ook bij Reed’s ‘Berlin’ project betrokken. Willner is een ideeën-man, geen techneut. Het draait hem om ‘the vibe’ en hij kan als geen ander musici bijeenbrengen. Verder is het een eenvoudig concept: speel de hele plaat van voor naar achter. Lou, de band, het orkest en het koor staan in een huiskamerdecor, met kitscherig behang. De achterwand fungeert ook als projectiescherm voor beelden van de blonde dame die centraal staat in het trieste epos.
De cd ‘Berlin’ staat in mijn kast en ik ken, hoe kan het ook anders, Caroline Says II zeer goed, evenals het titelnummer. Maar ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik de plaat nooit echt goed heb leren kennen. Gewoon nooit aan toe gekomen.
Het maakt niet uit. Het blijkt dat alle nummers toch ergens in het achterhoofd zijn blijven hangen en hoewel ‘Caroline Says II’ prachtig blijft, zijn het toch ‘The Bed’ en ‘The Kids’ die overdonderen. Zowel de eenzaamheid en het verdriet van ‘The Bed’ en het gejank van die ‘kids’ gaat door merg en been. Het maakt ook niet uit dat Lou erratisch ‘zingt’ en de teksten van de monitors afleest. ‘Berlin’ is een meesterwerk, zoveel is duidelijk.
Toch nog maar even naar voren gerend vanaf rij 27 om met de pocketcamera een plaatje te schieten. Lou is de band aan het voorstellen. Het publiek staat al snel op voor de ovatie. Hij laat het zich welgevallen en zegt: “Isn’t this a lot of fun?”
Absolutely.



